<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
		>
<channel>
	<title>Comments on: What metaphor is NOT (Eng.)</title>
	<atom:link href="http://metamapping.net/blog/?feed=rss2&#038;p=18" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://metamapping.net/blog/?p=18</link>
	<description>PhD Weblog Marianne van den Boomen</description>
	<lastBuildDate>Tue, 28 Oct 2008 16:17:54 -0700</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.6</generator>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
		<item>
		<title>By: Koen</title>
		<link>http://metamapping.net/blog/?p=18&#038;cpage=1#comment-87</link>
		<dc:creator>Koen</dc:creator>
		<pubDate>Fri, 28 Oct 2005 22:12:37 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://metamapping.net/blog/?p=18#comment-87</guid>
		<description>Oeps! Domme zetfout in de voorlaatste alinea van de bijdrage hierboven...

Er had moeten staan:

Is jouw antwoord op de vraag ?Wat laten metaforen oplichten, wat verdoezelen ze??: louter en alleen weer andere dingen die niet zijn wat ze zijn..?</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Oeps! Domme zetfout in de voorlaatste alinea van de bijdrage hierboven&#8230;</p>
<p>Er had moeten staan:</p>
<p>Is jouw antwoord op de vraag ?Wat laten metaforen oplichten, wat verdoezelen ze??: louter en alleen weer andere dingen die niet zijn wat ze zijn..?</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>By: Koen</title>
		<link>http://metamapping.net/blog/?p=18&#038;cpage=1#comment-86</link>
		<dc:creator>Koen</dc:creator>
		<pubDate>Fri, 28 Oct 2005 22:06:50 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://metamapping.net/blog/?p=18#comment-86</guid>
		<description>Beste Marianne,

Op verschillende punten is mijn betoogje inderdaad niet erg precies (zoals ik gelukkig zelf al aangaf). Iets treffends zeggen over een van de oervragen van de filosofie - het verband tussen taal, belevingswereld en werkelijkheid - is natuurlijk ook geen sinecure.

Wijsbegerig rondsnobbend op het web, las ik zonet een Nederlandse vertaling van een vroege tekst van Nietzsche, &quot;?ber Wahrheit und L?ge&quot;.
Wat ik in mijn bijdrage bedoelde met &quot;Het spreken over waarheid en onwaarheid vooronderstelt een fundamenteel onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, omdat anders geen enkele bewering binnen dit spreken nog serieus genomen kan worden om zichzelfs wille&quot; (met enige nadruk op &quot;om zichzelfs wille&quot; overigens), is m.i. aardig van toepassing op deze uitspraak van Nietzsche:
 
* Wij geloven dat we iets van de dingen zelf weten, als we over bomen, kleuren, sneeuw en bloemen spreken, maar bezitten toch niets dan metaforen der dingen, die volstrekt niet overeenstemmen met de oorspronkelijke entiteiten *

Het is mij een raadsel hoe je dit (zinvol en omwille van het beweerde zelf; dus indien het je niet om de retorische of machts-effecten van je spreken te doen is) kunt stellen - dat de metafoor volstrekt niet overeenstemt met de oorspronkelijke entiteiten -  zonder dat dit betekent dat je wel degelijk een of ander (hoe ondoorgrondelijk en moeilijk uit te drukken ook) begrip hebt van wat &quot;overeenstemming&quot;, noem het &quot;waarheid&quot;, w?l is. Wat hier het probleem van Nietzsche is, roept hij over zichzelf af door een introductie van spookachtige ?oorspronkelijke entiteiten? die in zijn ogen blijkbaar, als het ware per definitie, iets anders zijn dan de dingen waarover wordt gesproken.

Wat je ziet kan overeenstemmen met het ding waarnaar je kijkt; dat je de overeenstemming z?lf niet kan zien doet daar niks aan af. Wat je zegt kan in hoge mate overeenstemmen met de stand van zaken waarover je spreekt; ook al kan je die overeenstemming zelf niet onder woorden brengen. (Als ik het ooit goed heb begrepen, was dit de positie van de jonge Wittgenstein, die hij later met zijn taalspelconcept heeft verlaten.)

Wie een dergelijke opvatting loslaat, belandt volgens mij als filosoof in het idealisme. Of is jouw antwoord op de vraag &quot;Wat laten metaforen oplichten, wat verdoezelen ze?&quot;: louter en alleen weer andere dingen die niet zijn wat ze zijn..?

Excuses, erg relevant voor jouw onderzoek is dit alles misschien intussen niet. Ach, het web, het beeldscherm en Narcissus...</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Beste Marianne,</p>
<p>Op verschillende punten is mijn betoogje inderdaad niet erg precies (zoals ik gelukkig zelf al aangaf). Iets treffends zeggen over een van de oervragen van de filosofie &#8211; het verband tussen taal, belevingswereld en werkelijkheid &#8211; is natuurlijk ook geen sinecure.</p>
<p>Wijsbegerig rondsnobbend op het web, las ik zonet een Nederlandse vertaling van een vroege tekst van Nietzsche, &#8220;?ber Wahrheit und L?ge&#8221;.<br />
Wat ik in mijn bijdrage bedoelde met &#8220;Het spreken over waarheid en onwaarheid vooronderstelt een fundamenteel onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, omdat anders geen enkele bewering binnen dit spreken nog serieus genomen kan worden om zichzelfs wille&#8221; (met enige nadruk op &#8220;om zichzelfs wille&#8221; overigens), is m.i. aardig van toepassing op deze uitspraak van Nietzsche:</p>
<p>* Wij geloven dat we iets van de dingen zelf weten, als we over bomen, kleuren, sneeuw en bloemen spreken, maar bezitten toch niets dan metaforen der dingen, die volstrekt niet overeenstemmen met de oorspronkelijke entiteiten *</p>
<p>Het is mij een raadsel hoe je dit (zinvol en omwille van het beweerde zelf; dus indien het je niet om de retorische of machts-effecten van je spreken te doen is) kunt stellen &#8211; dat de metafoor volstrekt niet overeenstemt met de oorspronkelijke entiteiten &#8211;  zonder dat dit betekent dat je wel degelijk een of ander (hoe ondoorgrondelijk en moeilijk uit te drukken ook) begrip hebt van wat &#8220;overeenstemming&#8221;, noem het &#8220;waarheid&#8221;, w?l is. Wat hier het probleem van Nietzsche is, roept hij over zichzelf af door een introductie van spookachtige ?oorspronkelijke entiteiten? die in zijn ogen blijkbaar, als het ware per definitie, iets anders zijn dan de dingen waarover wordt gesproken.</p>
<p>Wat je ziet kan overeenstemmen met het ding waarnaar je kijkt; dat je de overeenstemming z?lf niet kan zien doet daar niks aan af. Wat je zegt kan in hoge mate overeenstemmen met de stand van zaken waarover je spreekt; ook al kan je die overeenstemming zelf niet onder woorden brengen. (Als ik het ooit goed heb begrepen, was dit de positie van de jonge Wittgenstein, die hij later met zijn taalspelconcept heeft verlaten.)</p>
<p>Wie een dergelijke opvatting loslaat, belandt volgens mij als filosoof in het idealisme. Of is jouw antwoord op de vraag &#8220;Wat laten metaforen oplichten, wat verdoezelen ze?&#8221;: louter en alleen weer andere dingen die niet zijn wat ze zijn..?</p>
<p>Excuses, erg relevant voor jouw onderzoek is dit alles misschien intussen niet. Ach, het web, het beeldscherm en Narcissus&#8230;</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>By: Marijke Ekelschot</title>
		<link>http://metamapping.net/blog/?p=18&#038;cpage=1#comment-75</link>
		<dc:creator>Marijke Ekelschot</dc:creator>
		<pubDate>Tue, 27 Sep 2005 21:45:39 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://metamapping.net/blog/?p=18#comment-75</guid>
		<description>Gisteren heb ik een tijd rondgelezen op je weblog, maar - ik was er al bang voor - ik raak er hopeloos van in de war. Eigenlijk heb ik geen idee waar de verschillende diskussies nu precies over gaan. En wat metaforen nu wel of niet zijn, tja - ik heb niet zoveel met metaforen of, laat ik het anders zeggen, &#039;de&#039; metafoor als uitgangspunt voor een analyse geeft mij geen enkel houvast. 

&#039;The worst of [vague and woolly words, freely bandied about in the (social scientist literature), but whose precise meaning is seldom if ever clarified] them all is &quot;globalisation&quot;- a term which can refer to anything from the Internet to a hamburger. All too often, it is a polite euphemism for the continuing Americanisation of consumer tastes and cultural practices. The much older term &quot;interdependence&quot; similarly hides the truth behind a persuasive euphemism for assymetric dependence. (...)&quot;Interdependence&quot; is much like the word &quot;multinational&quot;. That term was allegedly coined by the PR division of International Business Machines in the early 1960s to conceal ? or at least divert attention from ? the fact that IBM was an American enterprise, even though it was seeking marker access to many countries throughout  the world.&#039;
Susan Strange, &lt;i&gt;The Retreat of the State. The diffusion of Power in the World Economy.&lt;/i&gt; Cambridge University Press 1996.  pag xii, xiii

Zo kan ik het begrijpen: iets is a, maar het wordt b genoemd om die werkelijkheid, inclusief de achterliggende ambities te verbergen/verhullen cq voor te stellen als een bijzonder demokratiese, menslievende onderneming. 
Opdrachten en bevelen heten &#039;afspraken&#039;, hi?rarchie?n heten &#039;communicatienetwerken&#039; en het lot heet een &#039;keuze&#039;. Zoiets. Vroeger haden westerse landen ministeries van oorlog; na de tweede wereldoorlog werden dat ministeries van defensie, en over een tijdje, onder aanvoering van de VS, worden het mogelijk ministeries ter verbreiding van De Demokratie.
En verder heeft Columbus Amerika nog steeds &#039;ontdekt&#039;, en bestaan er nog steeds  &#039;werkgevers&#039; en &#039;werknemers&#039;.

In hoofdstuk 7 ? Telecoms: the control of communication - behandelt Strange de privatisering van het telecommunicatiewezen en de technologiese ontwikkelingen die dat mogelijk gemaakt hebben. Na 1996 moet er door haar of &#039;haar school&#039; daar wel meer over gepubliceerd zijn.
Wie zijn de eigenaren van satellieten, elektriciteitsbedrijven, de grondstoffen voor &#039;energie&#039;, chips, etc, van providers, de fabrieken waar de hardware gemaakt wordt, van de softwareproduktielijnen, etc.etc. En, natuurlijk, wat zijn de arbeidsverhoudingen waaronder e.e.a. tot produkt gemaakt wordt. 
Zoals Strange terecht opmerkt: toen telecommunicatie nog een staatsaangelegenheid was bestond er nog enige relatie tot het concept &#039;demokratie&#039;. Kapitalistiese (transnationale/multinationale) bedrijven zijn eenduidig hi?rarchies. (En ze nemen ook &#039;staatszaken&#039; over. Zie bv Shell in Nigeria op het gebied van huisvesting en onderwijs; zie ook Bill Gates met zijn aidsprogramma, etc. etc.)

Op een of andere manier wordt het produkt &#039;internet&#039; dat voortkomt uit die reeel bestaande (verschuivende) eigendoms-  machts-  en arbeidsverhoudingen gepresenteerd ?n beleefd als het rijk der absolute vrijheid en gelijkheid. Op een bepaalde manier is dat, voor degenen die er toegang toe hebben, ook waar. Tegelijkertijd bepaalt &#039;de uitgangspositie&#039; de maatschappelijke effekten van die toegangsmogelijkheden. Banken, Spoorwegen, boekingskantoren iha, etc. etc. &#039;gebruiken&#039; het met als effekt dat talloze kantoren, kantoortjes, balies etc. verdwijnen. Arbeidsplaatsen verdwijnen en worden deels verplaatst naar andere (goedkopere)  landen, etc.  De druk op de burgeres om oude communicatiemogelijkheden in te ruilen voor een supersnelle adslverbinding neemt van d kant van dat soort bedrijven toe. Wat vast gaat komen is buitensluiting van dienstverlening, tenzij voorzien van zo&#039;n verbinding: de verplichting om vrij rond te surfen. Zoiets

Daarmee kom je dan weer terecht op ouderwetse tegenstelling tussen de formele gelijkheid en de materiele ongelijkheid. 
En verder weet ik het ook even niet. Netzomin als ik weet wat dit alles te maken heeft met &#039;metaforen die betekenissen genereren&#039;.</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Gisteren heb ik een tijd rondgelezen op je weblog, maar &#8211; ik was er al bang voor &#8211; ik raak er hopeloos van in de war. Eigenlijk heb ik geen idee waar de verschillende diskussies nu precies over gaan. En wat metaforen nu wel of niet zijn, tja &#8211; ik heb niet zoveel met metaforen of, laat ik het anders zeggen, &#8216;de&#8217; metafoor als uitgangspunt voor een analyse geeft mij geen enkel houvast. </p>
<p>&#8216;The worst of [vague and woolly words, freely bandied about in the (social scientist literature), but whose precise meaning is seldom if ever clarified] them all is &#8220;globalisation&#8221;- a term which can refer to anything from the Internet to a hamburger. All too often, it is a polite euphemism for the continuing Americanisation of consumer tastes and cultural practices. The much older term &#8220;interdependence&#8221; similarly hides the truth behind a persuasive euphemism for assymetric dependence. (&#8230;)&#8221;Interdependence&#8221; is much like the word &#8220;multinational&#8221;. That term was allegedly coined by the PR division of International Business Machines in the early 1960s to conceal ? or at least divert attention from ? the fact that IBM was an American enterprise, even though it was seeking marker access to many countries throughout  the world.&#8217;<br />
Susan Strange, <i>The Retreat of the State. The diffusion of Power in the World Economy.</i> Cambridge University Press 1996.  pag xii, xiii</p>
<p>Zo kan ik het begrijpen: iets is a, maar het wordt b genoemd om die werkelijkheid, inclusief de achterliggende ambities te verbergen/verhullen cq voor te stellen als een bijzonder demokratiese, menslievende onderneming.<br />
Opdrachten en bevelen heten &#8216;afspraken&#8217;, hi?rarchie?n heten &#8216;communicatienetwerken&#8217; en het lot heet een &#8216;keuze&#8217;. Zoiets. Vroeger haden westerse landen ministeries van oorlog; na de tweede wereldoorlog werden dat ministeries van defensie, en over een tijdje, onder aanvoering van de VS, worden het mogelijk ministeries ter verbreiding van De Demokratie.<br />
En verder heeft Columbus Amerika nog steeds &#8216;ontdekt&#8217;, en bestaan er nog steeds  &#8216;werkgevers&#8217; en &#8216;werknemers&#8217;.</p>
<p>In hoofdstuk 7 ? Telecoms: the control of communication &#8211; behandelt Strange de privatisering van het telecommunicatiewezen en de technologiese ontwikkelingen die dat mogelijk gemaakt hebben. Na 1996 moet er door haar of &#8216;haar school&#8217; daar wel meer over gepubliceerd zijn.<br />
Wie zijn de eigenaren van satellieten, elektriciteitsbedrijven, de grondstoffen voor &#8216;energie&#8217;, chips, etc, van providers, de fabrieken waar de hardware gemaakt wordt, van de softwareproduktielijnen, etc.etc. En, natuurlijk, wat zijn de arbeidsverhoudingen waaronder e.e.a. tot produkt gemaakt wordt.<br />
Zoals Strange terecht opmerkt: toen telecommunicatie nog een staatsaangelegenheid was bestond er nog enige relatie tot het concept &#8216;demokratie&#8217;. Kapitalistiese (transnationale/multinationale) bedrijven zijn eenduidig hi?rarchies. (En ze nemen ook &#8217;staatszaken&#8217; over. Zie bv Shell in Nigeria op het gebied van huisvesting en onderwijs; zie ook Bill Gates met zijn aidsprogramma, etc. etc.)</p>
<p>Op een of andere manier wordt het produkt &#8216;internet&#8217; dat voortkomt uit die reeel bestaande (verschuivende) eigendoms-  machts-  en arbeidsverhoudingen gepresenteerd ?n beleefd als het rijk der absolute vrijheid en gelijkheid. Op een bepaalde manier is dat, voor degenen die er toegang toe hebben, ook waar. Tegelijkertijd bepaalt &#8216;de uitgangspositie&#8217; de maatschappelijke effekten van die toegangsmogelijkheden. Banken, Spoorwegen, boekingskantoren iha, etc. etc. &#8216;gebruiken&#8217; het met als effekt dat talloze kantoren, kantoortjes, balies etc. verdwijnen. Arbeidsplaatsen verdwijnen en worden deels verplaatst naar andere (goedkopere)  landen, etc.  De druk op de burgeres om oude communicatiemogelijkheden in te ruilen voor een supersnelle adslverbinding neemt van d kant van dat soort bedrijven toe. Wat vast gaat komen is buitensluiting van dienstverlening, tenzij voorzien van zo&#8217;n verbinding: de verplichting om vrij rond te surfen. Zoiets</p>
<p>Daarmee kom je dan weer terecht op ouderwetse tegenstelling tussen de formele gelijkheid en de materiele ongelijkheid.<br />
En verder weet ik het ook even niet. Netzomin als ik weet wat dit alles te maken heeft met &#8216;metaforen die betekenissen genereren&#8217;.</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>By: Marianne</title>
		<link>http://metamapping.net/blog/?p=18&#038;cpage=1#comment-43</link>
		<dc:creator>Marianne</dc:creator>
		<pubDate>Sun, 11 Sep 2005 15:57:28 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://metamapping.net/blog/?p=18#comment-43</guid>
		<description>Beste Koen,
Dank voor je uitgebreide en tot nadenken stemmende reactie! Dat is hoe ik hoop dat deze blog gaat werken. 

&#039;Het spreken over waarheid en onwaarheid vooronderstelt al een fundamenteel onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, omdat anders geen enkele bewering binnen dit spreken nog serieus genomen kan worden,&#039; zeg je. Ik denk het niet, eigenljk, of beter gezegd, ik denk dat ook dit andersom werkt: het spreken over waarheid en onwaarheid cre?ert een &#039;fundamenteel&#039; verschil tussen waarheid en onwaarheid. Daarmee is het dus niet fundamenteel (in de zin van gegrond in iets buiten de discursieve formaties zelf) maar een after effect. Hetgeen overigens nog niet impliceert dat dat niet serieus genomen moet worden, integendeel. 
Iets vergelijkbaars speelt er rond het veronderstelde verschil tussen letterlijke en figuurlijke betekenis. Metaforen zie ik niet als figuurlijk (&#039;onwaar&#039;), tegenover andere taaluitingen die dan zuiver letterlijk zouden kunnen zijn (&#039;waar&#039;, &#039;werkelijkheidsdekkend&#039;). Mijn punt is dat metaforen net zo letterlijk (en dus waarheidsvormend) kunnen werken als andere taaluitingen (die daar meestal van onderscheiden worden als zijn de figuurlijk), juist daarom is het noodzakelijk om ze serieus te nemen. Metaforen serieus nemen, betekent ze letterlijk nemen. Wat laten ze oplichten, wat verdoezelen ze?

Ik denk eigenlijk ook dat dit helemaal niet zo (plat) postmodern is als het wellicht lijkt. Plat postmodern zou zijn: beweren dat alle discursive uitingen figuurlijk zijn, slechts een onbeholpen manier van praten, omdat je toch nooit de dingen echt kunt raken in taal, elk woord is dan om het even, &#039;anything goes&#039;. Maar discursieve uitingen zijn niet om het even, want ze produceren waarheidseffecten, en waarheidseffecten zijn niet fuguurlijk, ze werken letterlijk in op levens van mensen. Het is die letterlijkheid die serieus genomen moet worden. Niet zozeer uit naam van de waarheid (hoewel dat strategisch handig kan zijn) maar vooral uit naam van, nou ja, noem het ethiek. (Dat is ook niet fundamenteel buiten de discursieve orde te begronden, maar daarvan is in elk geval duidelijk dat je het erover moet blijven hebben. Waarheid heeft de neiging onbespreekbaar te worden zogauw ze is vastgesteld cq in werking gesteld.)

Ik dacht dat Wittgensteins tijger een nijpaard was ? maar ja, dat is om het even ;-) Hoewel, een tijger lijkt me wel veel gevaarlijker in een klaslokaal...

&#039;Evenzo kan het letterlijke spreken niet au fond ?ook metaforisch? zijn: want wie dit werkelijk gelooft, weet niet eens wat letterlijk spreken eigenlijk is,&#039; schrijf je verder. Daar ben ik het mee eens, althans het laatste deel van de zin. Niemand weet wat letterlijk spreken is, niemand weet wat absolute ideale communicatie is, hoe het eruit ziet, iedereen rommelt maar wat aan, probeert in de buurt te komen met allerhande talen, grammatica&#039;s, stijlfiguren en media, oftewel: met allerhande metaforische constructies. Daar komen we een heel end mee, vooral als we ze letterlijk nemen in hun waarheidseffecten.  
Maar je rekent me &#039;stiekem niet tot degenen die het letterlijke spreken eenzelfde waarheidsgehalte toekennen als het metaforische spreken&#039; ? die snap ik niet helemaal. Stiekem, dus jij denkt dat ik mezelf eigenlijk wel schaar onder degenen die het letterlijke spreken eenzelfde waarheidsgehalte toekennen als het metaforische spreken? Kan, maar hoeft niet. Waarheidseffect zit denk ik niet in de mate van veronderstelde letterlijkheid of mate van figuurlijkheid. Waarheids- en dus machtseffecten drijven niet op taal alleen, maar op complete discursieve formaties, samenstellingen van instituties, taalhandelingen, artefacten en mensen.

Poe, veel te lang voor de commentaar-layout, ik moet daar wat aan doen, zodat een lang stuk een &lt;i&gt;read more&lt;/i&gt; overlees naar een aparte pagina krijgt. Ik ga rommelen in de php-scripts, dus als de commentaren ineens verdwenen zijn in cyberspace, weet dan dat ik het slechts ben die wat probeert te hacken ;-)
Werk jij nog altijd met &lt;a href=&quot;http://www.lilikoi.com/&quot;&gt;Ceilidh? &lt;/a&gt; Oh, nostalgie, de oude Groene Kantine...</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Beste Koen,<br />
Dank voor je uitgebreide en tot nadenken stemmende reactie! Dat is hoe ik hoop dat deze blog gaat werken. </p>
<p>&#8216;Het spreken over waarheid en onwaarheid vooronderstelt al een fundamenteel onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, omdat anders geen enkele bewering binnen dit spreken nog serieus genomen kan worden,&#8217; zeg je. Ik denk het niet, eigenljk, of beter gezegd, ik denk dat ook dit andersom werkt: het spreken over waarheid en onwaarheid cre?ert een &#8216;fundamenteel&#8217; verschil tussen waarheid en onwaarheid. Daarmee is het dus niet fundamenteel (in de zin van gegrond in iets buiten de discursieve formaties zelf) maar een after effect. Hetgeen overigens nog niet impliceert dat dat niet serieus genomen moet worden, integendeel.<br />
Iets vergelijkbaars speelt er rond het veronderstelde verschil tussen letterlijke en figuurlijke betekenis. Metaforen zie ik niet als figuurlijk (&#8217;onwaar&#8217;), tegenover andere taaluitingen die dan zuiver letterlijk zouden kunnen zijn (&#8217;waar&#8217;, &#8216;werkelijkheidsdekkend&#8217;). Mijn punt is dat metaforen net zo letterlijk (en dus waarheidsvormend) kunnen werken als andere taaluitingen (die daar meestal van onderscheiden worden als zijn de figuurlijk), juist daarom is het noodzakelijk om ze serieus te nemen. Metaforen serieus nemen, betekent ze letterlijk nemen. Wat laten ze oplichten, wat verdoezelen ze?</p>
<p>Ik denk eigenlijk ook dat dit helemaal niet zo (plat) postmodern is als het wellicht lijkt. Plat postmodern zou zijn: beweren dat alle discursive uitingen figuurlijk zijn, slechts een onbeholpen manier van praten, omdat je toch nooit de dingen echt kunt raken in taal, elk woord is dan om het even, &#8216;anything goes&#8217;. Maar discursieve uitingen zijn niet om het even, want ze produceren waarheidseffecten, en waarheidseffecten zijn niet fuguurlijk, ze werken letterlijk in op levens van mensen. Het is die letterlijkheid die serieus genomen moet worden. Niet zozeer uit naam van de waarheid (hoewel dat strategisch handig kan zijn) maar vooral uit naam van, nou ja, noem het ethiek. (Dat is ook niet fundamenteel buiten de discursieve orde te begronden, maar daarvan is in elk geval duidelijk dat je het erover moet blijven hebben. Waarheid heeft de neiging onbespreekbaar te worden zogauw ze is vastgesteld cq in werking gesteld.)</p>
<p>Ik dacht dat Wittgensteins tijger een nijpaard was ? maar ja, dat is om het even <img src='http://metamapping.net/blog/wp-includes/images/smilies/icon_wink.gif' alt=';-)' class='wp-smiley' />  Hoewel, een tijger lijkt me wel veel gevaarlijker in een klaslokaal&#8230;</p>
<p>&#8216;Evenzo kan het letterlijke spreken niet au fond ?ook metaforisch? zijn: want wie dit werkelijk gelooft, weet niet eens wat letterlijk spreken eigenlijk is,&#8217; schrijf je verder. Daar ben ik het mee eens, althans het laatste deel van de zin. Niemand weet wat letterlijk spreken is, niemand weet wat absolute ideale communicatie is, hoe het eruit ziet, iedereen rommelt maar wat aan, probeert in de buurt te komen met allerhande talen, grammatica&#8217;s, stijlfiguren en media, oftewel: met allerhande metaforische constructies. Daar komen we een heel end mee, vooral als we ze letterlijk nemen in hun waarheidseffecten.<br />
Maar je rekent me &#8217;stiekem niet tot degenen die het letterlijke spreken eenzelfde waarheidsgehalte toekennen als het metaforische spreken&#8217; ? die snap ik niet helemaal. Stiekem, dus jij denkt dat ik mezelf eigenlijk wel schaar onder degenen die het letterlijke spreken eenzelfde waarheidsgehalte toekennen als het metaforische spreken? Kan, maar hoeft niet. Waarheidseffect zit denk ik niet in de mate van veronderstelde letterlijkheid of mate van figuurlijkheid. Waarheids- en dus machtseffecten drijven niet op taal alleen, maar op complete discursieve formaties, samenstellingen van instituties, taalhandelingen, artefacten en mensen.</p>
<p>Poe, veel te lang voor de commentaar-layout, ik moet daar wat aan doen, zodat een lang stuk een <i>read more</i> overlees naar een aparte pagina krijgt. Ik ga rommelen in de php-scripts, dus als de commentaren ineens verdwenen zijn in cyberspace, weet dan dat ik het slechts ben die wat probeert te hacken <img src='http://metamapping.net/blog/wp-includes/images/smilies/icon_wink.gif' alt=';-)' class='wp-smiley' /><br />
Werk jij nog altijd met <a href="http://www.lilikoi.com/">Ceilidh? </a> Oh, nostalgie, de oude Groene Kantine&#8230;</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>By: Koen</title>
		<link>http://metamapping.net/blog/?p=18&#038;cpage=1#comment-42</link>
		<dc:creator>Koen</dc:creator>
		<pubDate>Sun, 11 Sep 2005 14:39:36 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://metamapping.net/blog/?p=18#comment-42</guid>
		<description>Beste Marianne,

Prachtig artikel, je http://www.vandenboomen.org/wiki/CyberSpaceMetaforen

Vraag die spontaan (maar in grote mate ondoordacht :) bij me opkomt - ontstaat het probleem van het ten onrechte totaliserende - en daarmee verhullende en mystificerende - van de drie besproken metaforen voor het internet mogelijk uitsluitend binnen je vooronderstellingen omtrent wat een metafoor (niet) is?
&lt;!--more--&gt;
Ik bedoel: je geeft in http://metamapping.net/blog/?p=18#postcomment aan dat in jouw optiek, gedachtegang, wereldbeeld geldt: &quot;Metaphor is not figurative speech as opposed to literal speech&quot;. Deze ik noem het maar even postmoderne vooronderstelling is echter kwestieus: paradoxaal zo niet innerlijk tegenstrijdig. Vergelijk de verwante discussie over het al dan niet fundamentele - in de zin van in de ?werkelijkheid&#039; gegronde - verschil tussen waarheid en onwaarheid: Foucault, Derrida, Lyotard etc komen m.i. niet weg met wat jij in andere termen aanhaalt: &quot;The whole distinction (dichotomy) of literal-figurative is a social and cultural after effect&quot;. Het spreken over waarheid en onwaarheid vooronderstelt al een fundamenteel onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, omdat anders geen enkele bewering binnen dit spreken nog serieus genomen kan worden om zichzelfs wille en je ermee-akkoord-zijn-of-niet een permanente en nimmer opdrogende bron van (zelf)achterdocht moet vormen waarvan de &#039;nattigheid&#039; zich uitstrekt tot en met de bekende opgestoken hand van Moore en Wittgensteins tijger ? was het een tijger?  - in de zaal (ik weet dat dit punt een veel diepgaandere behandeling zou vergen, die mijn beperkte filosofische krachten te boven gaat).

Evenzo kan het letterlijke spreken niet au fond &#039;ook metaforisch&#039; zijn: want wie dit werkelijk gelooft, weet niet eens wat letterlijk spreken eigenlijk is, i.e. beneemt zichzelf al qua grondhouding, wereldbeeld, het zicht op de mogelijkheid ? en de onthullende kracht ? van letterlijk spreken, met name in de zin van het zo &#039;waarheidsgetrouw&#039; of &#039;werkelijkheidsgetrouw&#039; aan het licht brengen en verduidelijken van de zaak zelf. Tussen haakjes: die zaak zelf kan heel goed een bepaalde metafoor zijn, en het letterlijke spreken over de internetmetaforen (aan de hand van wat je terecht *close reading* noemt!) dat jij in je essay hebt neergelegd, illustreert op voortreffelijke wijze hoe onthullend en verhelderend dit spreken kan zijn! - ik reken je dus stiekem niet tot degenen die het letterlijke spreken eenzelfde waarheidsgehalte toekennen als het metaforische spreken (ook deze bewering zou meer uitwerking behoeven, zie boven).

Wat betreft het internet zelf: dit is wel degelijk letterlijk in beeld te krijgen - ook al zijn de beweringen en omschrijvingen waarmee men dat doet misschien weinig verbeeldingrijk en per definitie ontoereikend (de ontoereikendheid van beweringen houdt niet in dat ze metaforisch zijn). Niet alleen in de global village-metafoor, ??k in de voorstelling van internet als elektronische snelweg en als cyberspace, geldt dat de infrastructuur waarom het feitelijk, letterlijk, gaat, is weggewerkt. Gewoon de geschiedenis van de constructie en ontwikkeling van het internet vanuit zijn militaire voorstadium - bij welke letterlijke geschiedschrijving bij uitstek de - politieke, commerci?le, idealistische, anarchistische et cetera - motieven en machtsstrategie?n zijn bloot te leggen die uit beeld verdwijnen binnen de elk op eigen wijze het internet totaliserende en mystificerende metaforen.

Ik waag het dus je uitgangspunten - zowel filosofisch aangaande je kijk op wat een metafoor (niet) is als geformuleerd in de eerste zinnen van je essay - in twijfel te trekken. Wat betreft de opening van je essay (&quot;Elektronische snelweg, digitale jungle, cyberspace, global village ? het Internet is ondenkbaar zonder metaforen. Onbespreekbaar en onhanteerbaar ook. Dat ligt niet zozeer aan het netwerkkarakter op zich; aan bijvoorbeeld het telefoonnet, het wegennet en het elektriciteitsnet maken wij geen extra woorden vuil. Zij zijn zichzelf genoeg als netwerk&quot;): inderdaad maken wij aan telefoonnet, wegennet en elektriciteitsnet geen extra woorden - meer! -  vuil. Hans Achterhuis heeft er echter op gewezen dat de komst van elke veelomvattende en ieders levenssfeer doordingende nieuwe technologie een uitbarsting van utopische/dystopische fantasie?n (dus metaforen) heeft bewerkstelligd (inclusief psychosomatische ziektebeelden); hij bespreekt onder meer dit aspect van de ballonvaart, als ik het me goed herinner :).

Met hartelijke groet,
Koen</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Beste Marianne,</p>
<p>Prachtig artikel, je <a href="http://www.vandenboomen.org/wiki/CyberSpaceMetaforen" rel="nofollow">http://www.vandenboomen.org/wiki/CyberSpaceMetaforen</a></p>
<p>Vraag die spontaan (maar in grote mate ondoordacht <img src='http://metamapping.net/blog/wp-includes/images/smilies/icon_smile.gif' alt=':)' class='wp-smiley' />  bij me opkomt &#8211; ontstaat het probleem van het ten onrechte totaliserende &#8211; en daarmee verhullende en mystificerende &#8211; van de drie besproken metaforen voor het internet mogelijk uitsluitend binnen je vooronderstellingen omtrent wat een metafoor (niet) is?<br />
<!--more--><br />
Ik bedoel: je geeft in <a href="http://metamapping.net/blog/?p=18#postcomment" rel="nofollow">http://metamapping.net/blog/?p=18#postcomment</a> aan dat in jouw optiek, gedachtegang, wereldbeeld geldt: &#8220;Metaphor is not figurative speech as opposed to literal speech&#8221;. Deze ik noem het maar even postmoderne vooronderstelling is echter kwestieus: paradoxaal zo niet innerlijk tegenstrijdig. Vergelijk de verwante discussie over het al dan niet fundamentele &#8211; in de zin van in de ?werkelijkheid&#8217; gegronde &#8211; verschil tussen waarheid en onwaarheid: Foucault, Derrida, Lyotard etc komen m.i. niet weg met wat jij in andere termen aanhaalt: &#8220;The whole distinction (dichotomy) of literal-figurative is a social and cultural after effect&#8221;. Het spreken over waarheid en onwaarheid vooronderstelt al een fundamenteel onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, omdat anders geen enkele bewering binnen dit spreken nog serieus genomen kan worden om zichzelfs wille en je ermee-akkoord-zijn-of-niet een permanente en nimmer opdrogende bron van (zelf)achterdocht moet vormen waarvan de &#8216;nattigheid&#8217; zich uitstrekt tot en met de bekende opgestoken hand van Moore en Wittgensteins tijger ? was het een tijger?  &#8211; in de zaal (ik weet dat dit punt een veel diepgaandere behandeling zou vergen, die mijn beperkte filosofische krachten te boven gaat).</p>
<p>Evenzo kan het letterlijke spreken niet au fond &#8216;ook metaforisch&#8217; zijn: want wie dit werkelijk gelooft, weet niet eens wat letterlijk spreken eigenlijk is, i.e. beneemt zichzelf al qua grondhouding, wereldbeeld, het zicht op de mogelijkheid ? en de onthullende kracht ? van letterlijk spreken, met name in de zin van het zo &#8216;waarheidsgetrouw&#8217; of &#8216;werkelijkheidsgetrouw&#8217; aan het licht brengen en verduidelijken van de zaak zelf. Tussen haakjes: die zaak zelf kan heel goed een bepaalde metafoor zijn, en het letterlijke spreken over de internetmetaforen (aan de hand van wat je terecht *close reading* noemt!) dat jij in je essay hebt neergelegd, illustreert op voortreffelijke wijze hoe onthullend en verhelderend dit spreken kan zijn! &#8211; ik reken je dus stiekem niet tot degenen die het letterlijke spreken eenzelfde waarheidsgehalte toekennen als het metaforische spreken (ook deze bewering zou meer uitwerking behoeven, zie boven).</p>
<p>Wat betreft het internet zelf: dit is wel degelijk letterlijk in beeld te krijgen &#8211; ook al zijn de beweringen en omschrijvingen waarmee men dat doet misschien weinig verbeeldingrijk en per definitie ontoereikend (de ontoereikendheid van beweringen houdt niet in dat ze metaforisch zijn). Niet alleen in de global village-metafoor, ??k in de voorstelling van internet als elektronische snelweg en als cyberspace, geldt dat de infrastructuur waarom het feitelijk, letterlijk, gaat, is weggewerkt. Gewoon de geschiedenis van de constructie en ontwikkeling van het internet vanuit zijn militaire voorstadium &#8211; bij welke letterlijke geschiedschrijving bij uitstek de &#8211; politieke, commerci?le, idealistische, anarchistische et cetera &#8211; motieven en machtsstrategie?n zijn bloot te leggen die uit beeld verdwijnen binnen de elk op eigen wijze het internet totaliserende en mystificerende metaforen.</p>
<p>Ik waag het dus je uitgangspunten &#8211; zowel filosofisch aangaande je kijk op wat een metafoor (niet) is als geformuleerd in de eerste zinnen van je essay &#8211; in twijfel te trekken. Wat betreft de opening van je essay (&#8221;Elektronische snelweg, digitale jungle, cyberspace, global village ? het Internet is ondenkbaar zonder metaforen. Onbespreekbaar en onhanteerbaar ook. Dat ligt niet zozeer aan het netwerkkarakter op zich; aan bijvoorbeeld het telefoonnet, het wegennet en het elektriciteitsnet maken wij geen extra woorden vuil. Zij zijn zichzelf genoeg als netwerk&#8221;): inderdaad maken wij aan telefoonnet, wegennet en elektriciteitsnet geen extra woorden &#8211; meer! &#8211;  vuil. Hans Achterhuis heeft er echter op gewezen dat de komst van elke veelomvattende en ieders levenssfeer doordingende nieuwe technologie een uitbarsting van utopische/dystopische fantasie?n (dus metaforen) heeft bewerkstelligd (inclusief psychosomatische ziektebeelden); hij bespreekt onder meer dit aspect van de ballonvaart, als ik het me goed herinner <img src='http://metamapping.net/blog/wp-includes/images/smilies/icon_smile.gif' alt=':)' class='wp-smiley' /> .</p>
<p>Met hartelijke groet,<br />
Koen</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>By: Minitrue.nl</title>
		<link>http://metamapping.net/blog/?p=18&#038;cpage=1#comment-33</link>
		<dc:creator>Minitrue.nl</dc:creator>
		<pubDate>Tue, 06 Sep 2005 12:17:25 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://metamapping.net/blog/?p=18#comment-33</guid>
		<description>&lt;em&gt;(trackback)&lt;/em&gt;
&lt;strong&gt;Scriptiebegeleider Marianne begint PhD-weblog&lt;/strong&gt;

Mijn scriptiebegeleider Marianne van den Boomen, is voor haar promotieonderzoek ook aan een weblog begonnen. Haar onderzoek zal zich toespitsen op metaforen. Ze weet in ieder geval al wat </description>
		<content:encoded><![CDATA[<p><em>(trackback)</em><br />
<strong>Scriptiebegeleider Marianne begint PhD-weblog</strong></p>
<p>Mijn scriptiebegeleider Marianne van den Boomen, is voor haar promotieonderzoek ook aan een weblog begonnen. Haar onderzoek zal zich toespitsen op metaforen. Ze weet in ieder geval al wat</p>
]]></content:encoded>
	</item>
</channel>
</rss>
